UvA-logo Kaart van Cyprus, 1573

Meer details: 924 kb

Verso:

Meer details: 780 kb

Cypri insulae nova descript. 1573 / Ioannes ŗ Deutecum f.
Schaal [ca. 1:430.000].
[Antwerpen : Van Diest, 1573].
1 kaart : kopergravure, handgekleurd ; 35 x 49,5 cm.
Cum privilegio.
Inzet rechtsonder: Lemnos insulae / descriptionem ex Petri Bellonij libro de avibus, hoc in loco tanquam parergon adiecimus (schaal [ca. 1:400.000]).
Verso: Nederlandse tekst, signatuur 39.A.
Uit: Theatre oft Toonneel des Aertbodems [1573].
Van den Broecke, Ortelius atlas maps 149; Karrow, Mapmakers sixteenth century 1/97; Koeman, Atlantes Neerlandici Ort 6 [66]; Meurer, Fontes 66; Stylianou, History cartography Cyprus 66.
* Kaartenzl 33-09-22 / 9547M [KNAG].

Aanvankelijk moest Cyprus een kaartblad delen met Kreta. Beide waren gebaseerd op een uitgave van Giovanni Francesco Camocio uit 1566. Daar kwam snel verandering in toen omstreeks 1570 in VenetiŽ een betere kaart beschikbaar kwam. De hier besproken kaart uit het Theatrum is zonder twijfel gebaseerd op die Venetiaanse kaart, uitgegeven door Giacomo Franco. Deze kaart van Cyprus is de enige gesigneerde bijdrage van de graveur Johannes van Deutecom. Het staat vast dat hij meer kaarten voor Ortelius graveerde. Johannes zou zich in de jaren tachtig in Haarlem vestigen en verrichtte veel werk voor zeekaartenmaker Lucas Janszoon Waghenaer en voor de uitgever Cornelis Claesz. te Amsterdam. Ook voor de atlas van De Jode, het Speculum Orbis Terrarum graveerde hij veel, samen met zijn broer Lucas. Deze kaart van Cyprus zou ook zonder naamsvermelding de identiteit van de graveur verraden. Zijn 'handtekening' is te herkennen aan het unieke golfjespatroon, dat zijn werk in de zeekaarten voor Waghenaer en Claesz zo kenmerkt. Naarmate de plaat meer afgedrukt was begonnen de fijne, geŽtste golfjes sneller te slijten dan de rest van het lijnenwerk. Omstreeks 1590, Van Doetecom zat toen al in Haarlem, werd door een andere graveur de flets geworden watervlakte ingevuld met stippeltjes.
Het ontwerp van de cartouche, waarvoor Ortelius praktisch altijd bestaande motieven gebruikte, is ook bekend. Dat is gekozen uit een serie ornamentprenten in houtsnede van Jacob Floris, een uitgave van Hans Liefrinck.