Hoofdpagina
Inleiding
Opdrachtgever vertelt ...
Ontwerper aan het woord
Projecten
Biografieën
Literatuur
Tentoonstelling

Colofon


Iemand die goed is de ruimte geven
Een interview met Wim Quist over Reynoud Homan

Ik ben een man van de lijn Wim Crouwel, van de Zwitserse typografie. Met die richting ben ik opgegroeid en daar voel ik veel affiniteit mee. Maar ook andere typografie kan ik bewonderen, bijvoorbeeld de meer klassieke boeken van Walter Nikkels. Hij was in Dordrecht jarenlang mijn buurman. Die verfijning en die poëzie in de typografie vind ik heerlijk, en die trof ik ook aan bij Reynoud Homan.

Als student en jonge architect hechtte ik al veel waarde aan belettering en bewegwijzering. Voor een kantoor voor Henkel in Amstelveen [1968–72] heb ik met een medewerker van het bureau ook de letters in en op het gebouw gedaan. Dat vonden we leuk. Bij de uitbreiding van het Rijksmuseum Kröller-Müller [1970–77] werkte ik samen met Otto Treumann, die de huisstijl deed. Later heeft Reynoud er de buitenbewegwijzering verzorgd.

Reynoud Homan en, op de achtergrond, Wim Quist, Museum Beelden aan Zee, Scheveningen, 2004. Foto Kim Zwarts.Van het eerste boek dat Reynoud van mijn werk maakte, was ik niet de opdrachtgever maar de dankbare patiënt. Dat was deel één van de Monografieën van Nederlandse architecten [1989], een reeks geïnitieerd door het Prins Bernard Fonds. Het was een heerlijk gevoel, herinner ik me, toen Reynoud mij de eerste ontwerpbladen liet zien. We bespraken hoe de foto’s geplaatst zouden worden maar het was voor mij meer luisteren dan willen sturen. Ik vond overigens wel essentieel dat er tekeningen in kwamen, dat je een gebouw documenteert, dat je ziet hoe het in elkaar zit. Die tekeningen zijn toen met de hand gemaakt. Reynoud heeft het door hem voor de Nederlandse architecten-reeks vastgestelde formaat bij volgende overzichten van mijn werk aangehouden. Je probeert aan een oeuvre te werken en ik vind dan van belang dat je de lijn ziet die een architect zijn leven lang heeft gevolgd. Het moet ook een zekere tijdloosheid hebben.

Kim Zwarts, die de foto’s voor die eerste monografie maakte, is tot op vandaag de fotograaf van mijn werk. Wat hij maakt is van een uitzonderlijk niveau. Ik heb hem wel eens iets gezegd over een foto, dat ik daar iets in miste wat wel in zijn eerdere foto’s aanwezig was. Hij antwoordde toen: ‘Dat was jeugdwerk; ik ben nu vrijer’. Dat vond ik even slikken maar dat moet je dan gewoon accepteren.

Als een lijn in iemands werk goed is, moet je zo iemand de ruimte geven. Dat heb ik geleerd bij de nieuwbouw voor het Kröller-Müller. Rudy Oxenaar en Ellen Joosten, de toenmalige directie, duwden me nooit in een bepaalde richting. Ze keken naar mijn tekeningen — ik heb talloze schetsen gemaakt van het ontwerp — en stelden vragen waarin vooral aandacht doorklonk. Die houding heeft me zo gevormd!

Buiten die monografieën met projectbeschrijvingen valt het boek Museum Beelden aan Zee [1998]. Die opdracht kreeg Reynoud van de stichters, het echtpaar Scholten-Miltenburg. Ik had hem aanbevolen. Later ontwierp ik voor dit museum een glazen wand om het parkeerterrein af te scheiden. Maar glas heeft als nadeel dat vogels het niet zien. Er moest dus iets op. Scholten kwam toen met het idee niet de naam van het museum op die glaswanden te zetten maar ze te voorzien van literaire teksten. Hij riep in 1997 een stichting in het leven, De transparant, die zestien Nederlandstalige auteurs de opdracht gaf een tekst te schrijven. Toen zei ik: ‘Dan gaat Reynoud de typografie van die glazen wand doen’. Het is wonderbaarlijk mooi geworden. We werken nu samen aan boulevardbelettering voor Beelden aan Zee.

Een andere opdracht waarbij ik Reynoud heb voorgesteld, is die voor de scheepsbouwloods van Van der Giessen-De Noord in Krimpen aan de IJssel [1978–82]. Het was de grootste scheepsbouwloods van Europa: 265 meter lang, 97 meter breed en 52 meter hoog. Ik had op de deur laag een grote G gemaakt, zo’n twee meter hoog. Maar dat werkte niet want ze wilden dat het vanaf de Van Brienenoordbrug herkenbaar was. Reynoud heeft toen met foto’s laten zien dat je zijn ontwerp zelfs nog vanaf een kilometer kon lezen. En daar ging het ze om. Zijn belettering in metaal staat voor op de kop en ook op een zijkant. We hadden vervolgens een gesprek met de directie over de mogelijkheid meer eenheid te brengen in die ratjetoe van loodsen en kranen, en hij kwam met het idee al die kranen een vaste kleur te geven.

Fax van Van der Giessen-De Noord aan Reynoud Homan, 02.04.1998 (fragment).

Maar het kraakte al in de scheepsbouw en het is niet doorgegaan. Jammergenoeg is de bouwloods ook niet meer in gebruik. Reynoud heeft verder de gevelbelettering en de binnenbewegwijzering van het Cobra Museum [1992–95] gedaan. En ik heb hem voorgesteld bij de Stichting Praemium Erasmianum, waarvoor hij nu de huisstijl doet.

Het verloopt altijd harmonieus tussen Reynoud en mij; je inspireert elkaar. Ik vind de typografie een prachtige wereld in zijn zorgvuldigheid, tot op microniveau toe bij wijze van spreken. Je moet een goed oog hebben om typografische kwaliteit werkelijk te onderkennen. Het is pas af na een heel intensief proces. Dat niveau halen wij in de architectuur nauwelijks.

(ML, september 2004)