Hoofdpagina
Inleiding
Opdrachtgever vertelt ...
Ontwerper aan het woord
Projecten
Biografieën
Literatuur
Tentoonstelling

Colofon


De perfectie en bescheidenheid van een superieure punt
Lidewijde Paris (Querido) over Harry N. Sierman

Eerst was Harry Sierman voor mij de man van de buitenkant: van de omslagen met een perfecte typografie en goed op elkaar afgestemde kleuren. Het waren ontwerpen van een bedrieglijke eenvoud. In 1988 ontdekte ik zijn binnenkant.

Na het afstuderen aan de kunstacademie moest ik nog een horde nemen: het doctoraalexamen Nederlands. Ik at al vijf jaar van twee walletjes, typografie en letteren, en koos daarom voor een boekwetenschappelijk onderzoek waarin beide konden worden verenigd. Hoe toegankelijk zijn wetenschappelijke brievenedities als je alleen iets wilt opzoeken? Hoe zitten dit soort uitgaven inhoudelijk, structureel en typografisch in elkaar? En wie had bij het ontstaan ervan de sturende hand of het laatste woord? Ik besloot ook met een uitgever, een editeur en een vormgever te gaan praten. Door De brieven van De Schoolmeester (1987) kwam ik uit bij Querido-uitgever Ary Langbroek, editeur Marita Mathijsen en vormgever Harry Sierman.

Huib van Krimpen was in zijn juist heruitgegeven bijbel Boek over het maken van boeken uiterst stellig over wie in dat proces de baas was: ‘Laat een schrijver gerust opmerkingen maken; hij is ten slotte geen debiel. ... En zeer zeker is het onze plicht serieuze argumenten zorgvuldig te overwegen en ons standpunt te herzien wanneer een auteur iets waarlijk steekhoudends oppert. Maar wij houden het laatste woord, want wij weten in het algemeen veel beter wat een goed boek is dan welke schrijver ook, want wij maken ze dagelijks ...’ Maar in mijn onderzoek was niemand het hiermee eens. Iedereen sprak van samen beslissen. Al vond Ary Langbroek dat hij uiteindelijk het laatste woord had en wilde Marita Mathijsen dat het een leestekst zou worden zonder noten. En Harry Sierman? Hij was aan de telefoon de bescheidenheid zelve. Nu ik hem langer ken, weet ik niet of hij het in zijn hart misschien toch eens was met Van Krimpen. Toen, in 1988, was ik onder de indruk van zijn beleefde en toch ondeugende stem die mij vertelde geen uitspraken te willen doen zonder uitgever en editeur: ‘De editeur neemt eigenlijk alle beslissingen. Wij vormgevers hebben een dienende taak. Wij zijn zoiets als behangers, nou niet helemaal, meer butlers. Mijn beslissingen zijn eigenlijk allemaal afgeleide beslissingen. Mevrouw Mathijsen bepaalde een regelnummering, mijn zorg was dan welk cijfertje en hoe groot. Ik ben gewoon een boekenbakker.’

Ik wist niet wat ik ermee aan moest. Kan iemand met zo’n talent voor typografie zich werkelijk zo terughoudend opstellen? Marita Mathijsen vertelde mij gelukkig wat meer. Zij vond nootcijfers erg storend en had ervoor gekozen de brieven te voorzien van een regelnummering met in een apart deel de aantekeningen. Mijn vraag als onderzoeker was natuurlijk: ‘Hoe kun je dan zien of ergens een aantekening bij hoort?’ Dat was niet te zien; je moest het aantekeningendeel tijdens het lezen gewoon bij de hand houden. Sierman had nog voorgesteld, vertelde Mathijsen, om een superieure punt te plaatsen bij begrippen met een aantekening. Optimaal bescheiden functionaliteit, leek mij. Maar zelfs die bescheiden punt werd van de hand gewezen.

Hoe ondeugend, perfectionistisch, flexibel en dienend Harry Sierman werkelijk was, ontdekte ik een paar jaar later. Ik werkte inmiddels als freelancer voor Em. Querido en was gevraagd stukjes te schrijven voor Singelnieuws, een informatieblad voor de boekhandel. Harry Sierman ontwierp de basislay-out. Voor het eerst zou ik hem persoonlijk ontmoeten. In mijn herinnering had hij al wit haar. Hij keek mij glimlachend aan, met zijn hoofd een beetje scheef. Misschien zei hij zelfs ‘juffrouw’. Zijn schoenen leken degelijk Engels, zo bollend over de neus zonder een kreukel erin. Alles aan hem klopte. Hij was schoon en vriendelijk, en had heel mooie handen. Ik had het idee een bondgenoot gevonden te hebben. Iemand die ook alles liefst perfect wilde maar dat wel met de nodige luchtigheid tegemoet trad. Zoals we met verkoopleider Bastiaan de Jonge aan het glazen bureau van Singel 262- directeur Pieter de Jong zaten, leken Harry en ik wel van een totaal andere wereld. Omdat Singelnieuws een zekere nonchalance moest uitstralen, had Harry een soort flyer van de supermarkt meegenomen, uit de boodschappentas van zijn vrouw. Die leek hem een goed uitgangspunt: lekker commercieel, niet te zwaar en toch duidelijk gestructureerd. Ik was helemaal voor maar ik was niemand, en dus ging het anders. Men wilde geen gek commercieel papiertje maar een echte Sierman. Harry liet zich niet uit het veld slaan en kwam met een nieuw voorstel. Twee jaar lang verschenen mijn tekstjes elke maand in een uiterst heldere, goed gestructureerde en overzichtelijke brochure.

Lidewijde Paris en Harry N. Sierman, Singel 262, Amsterdam, 2004.
Foto Monique Kooijmans.Daarna kwam ik Harry vaak tegen op de trap van Singel 262, of bij de deur, of bij een borreltje.
En altijd stak hij zijn vuist op en zei: ‘Volhouden hè, lekker doorwerken! Niet teveel tobben! Je kunt het hoor!’ Soms kreeg ik er tranen van in de ogen. Dat zo’n grootse man in je geloofde. Hij was mij tot grote steun want niet iedereen had zijn blijmoedige wendbaarheid.
En misschien heeft hij gelijk gehad: jaren later werd ik uitgever van datzelfde Em. Querido. Eindelijk werkten we samen. Met Anneke Germers, die de computertechnieken beheerste, maakte hij omslagen voor verzamelbundels poëzie en voor het Verzameld werk van F. Springer.
Mooie kleuren, perfecte belettering — heerlijk.

Tijdelijk nam Bas Jacobs, vormgever bij Nijgh & Van Ditmar, het van Anneke over. Hij was een wilde, getalenteerde storm van ideeën en enthousiasme in onze rustige baren. Op een middag kwam hij mijn kamer binnen met de mededeling: ‘Harry Sierman heeft een ontwerp gebracht.’ Ik zei dat ik wist dat het zou komen en keek hem vragend aan. ‘Nou, waar is het of is er iets niet goed?’ ‘Weet je wat die gast heeft gedaan?’ vroeg hij. Nu werd ik toch wel wat ongerust maar Bas brandde al los: ‘Die man heeft, echt perfect, alles geschilderd. Helemaal in de goede pms-kleur, helemaal goed gespatieerd. Man, dat is niet te geloven. Gewoon met een penseeltje. Dat is toch niet normaal. Die gast is perfect, man.’ En zo is het maar net. Harry Sierman: perfect én bescheiden, als een superieure punt.