Op grafisch gebied beheren de Bijzondere Collecties belangrijk materiaal,
waaronder een aantal ontwerpersarchieven. Bijvoorbeeld het werkarchief van letterontwerper
en boekverzorger S.H. de Roos. Deze Amsterdammer werd in 1907 een
van de eerste professionele grafisch ontwerpers. En dan zijn er de archieven van Jan
van Krimpen, Kees Kelfkens en Charles Jongejans naast enkele bruiklenen van het
NAGO. Recent schonken Gerrit Noordzij en de erven Theo Kurpershoek interessante,
kleinere collecties op het gebied van het boekomslag en de getekende belettering.
We zijn daarom verheugd dat weer vooraanstaande ontwerpers hun werk aan de
Bijzondere Collecties hebben willen toevertrouwen, namelijk Harry N. Sierman, Reynoud
Homan en Irma Boom. Harry Sierman heeft onlangs zijn glanzende loopbaan
beëindigd. De veertigers Reynoud Homan en Irma Boom staan er middenin: hun
schenkingen vormen ‘levende’ collecties. Het drukwerk, de ontwerpen, de proeven
en het andere materiaal van Homan en Boom worden jaarlijks aangevuld. Het zijn
dus collecties die verder zullen groeien en — online ontsloten — ons nieuwsgierig
zullen houden. Wij zijn hen zeer dankbaar.
In deze tentoonstelling staat de relatie tussen ontwerper en opdrachtgever centraal.
Als museumdirecteur was ikzelf jarenlang opdrachtgever, na eerst een leergierige
leerling geweest te zijn aan de tafel van Otto Treumann. Hij leerde me wat een
cicero was, een 10-punts letter, en wat kapitaal was en onderkast. Nu zit je samen
achter de computer. Maar hoe betrokken je als opdrachtgever ook bent, het echte
vak is niet te leren. De opdrachtgever geeft aan wat hem of haar beweegt, en de
ontwerper maakt dan die fantastische en soms adembenemende vormvertaalslag.
Deze relatie kan uit beiden het beste halen. Dat is in de expositie te zien dankzij de
medewerking van Lidewijde Paris, Wim Quist en Paul Fentener van Vlissingen. Ook
hen danken wij.
En we hopen dat deze eerste ‘levende’ collecties gevolgd worden door vele andere,
voor nu en voor later.