Hoofdpagina
Inleiding
Opdrachtgever vertelt ...
Ontwerper aan het woord
Projecten
Biografieën
Literatuur
Tentoonstelling

Colofon


Bijzondere ‘levende’ collecties

Voor veel mensen is een bibliotheek per definitie stoffig en ouderwets. Ten onrechte. Hoewel de Bijzondere Collecties van de Universiteitsbibliotheek Amsterdam al in 1580 zijn ontstaan, bruist deze verzameling verzamelingen. Zo is er ook werk van hedendaagse auteurs en ontwerpers.

Op grafisch gebied beheren de Bijzondere Collecties belangrijk materiaal, waaronder een aantal ontwerpersarchieven. Bijvoorbeeld het werkarchief van letterontwerper en boekverzorger S.H. de Roos. Deze Amsterdammer werd in 1907 een van de eerste professionele grafisch ontwerpers. En dan zijn er de archieven van Jan van Krimpen, Kees Kelfkens en Charles Jongejans naast enkele bruiklenen van het NAGO. Recent schonken Gerrit Noordzij en de erven Theo Kurpershoek interessante, kleinere collecties op het gebied van het boekomslag en de getekende belettering.

We zijn daarom verheugd dat weer vooraanstaande ontwerpers hun werk aan de Bijzondere Collecties hebben willen toevertrouwen, namelijk Harry N. Sierman, Reynoud Homan en Irma Boom. Harry Sierman heeft onlangs zijn glanzende loopbaan beëindigd. De veertigers Reynoud Homan en Irma Boom staan er middenin: hun schenkingen vormen ‘levende’ collecties. Het drukwerk, de ontwerpen, de proeven en het andere materiaal van Homan en Boom worden jaarlijks aangevuld. Het zijn dus collecties die verder zullen groeien en — online ontsloten — ons nieuwsgierig zullen houden. Wij zijn hen zeer dankbaar.

In deze tentoonstelling staat de relatie tussen ontwerper en opdrachtgever centraal. Als museumdirecteur was ikzelf jarenlang opdrachtgever, na eerst een leergierige leerling geweest te zijn aan de tafel van Otto Treumann. Hij leerde me wat een cicero was, een 10-punts letter, en wat kapitaal was en onderkast. Nu zit je samen achter de computer. Maar hoe betrokken je als opdrachtgever ook bent, het echte vak is niet te leren. De opdrachtgever geeft aan wat hem of haar beweegt, en de ontwerper maakt dan die fantastische en soms adembenemende vormvertaalslag. Deze relatie kan uit beiden het beste halen. Dat is in de expositie te zien dankzij de medewerking van Lidewijde Paris, Wim Quist en Paul Fentener van Vlissingen. Ook hen danken wij.

En we hopen dat deze eerste ‘levende’ collecties gevolgd worden door vele andere, voor nu en voor later.

Judith Belinfante, hoofdconservator